Staalname: Instructies
Laatst aangepast 10/16/2018
Hide details for ALGEMENE OPMERKINGENALGEMENE OPMERKINGEN

AFNAME- EN VERZENDMATERIAAL

Een juiste staalafname is een vaak onderschatte maar toch cruciale factor om tot een goed resultaat te komen.
Uitgebreide afname-instructies zijn onderaan deze webpagina beschikbaar.

Voor bloedafnames kan u op het aanvraagformulier ook al een duidelijke instructie aantreffen m.b.t. de keuze van de juiste buisjes a.d.h.v. de kleurcodes. Voor microbiologie (wissers) kan u op onze website ook in het katern Labo/Documenten/Afname-instructies uitvoerig informatie vinden over de beschikbare afnamematerialen, waarvoor en hoe u deze dient te gebruiken en op welke wijze de verzending en eventuele tussentijdse bewaring moet gebeuren (dit zijn downloadbare pdf-versies). Er is ook een overzichtstabel opgesteld.

Voor het bestellen van afnamemateriaal (kosteloos voor bij ons geregistreerde artsen) kan u gebruik maken van het online bestelformulier, dat u eveneens kan downloaden.

IDENTIFICATIE VAN STALEN IS NOODZAKELIJK

Staalverwisseling maakt een bloedafname potentieel waardeloos en is bovendien gevaarlijk!

Het is een wettelijke verplichting de stalen ondubbelzinnig te identificeren.

De personen die belast zijn met de afname, dienen zich te vergewissen van de overeenstemming tussen de identificatiegegevens van de patiŽnt en die van het voorschrift.

De primaire identificatie moet plaatsvinden in aanwezigheid van de patiŽnt.

Een conforme identificatieprocedure moet toelaten om een directe link te leggen tussen het aanvraagformulier en de overeenkomstige primaire stalen.

Gelieve daarom op de stalen de naam en voornaam van de patiŽnt en/of uw referentie te vermelden en/of de stalen te voorzien van de door AML aangeleverde unieke blauwe barcodes en deze samen met het ingevulde aanvraagformulier in een daartoe bestemd plastiek zakje te stoppen.

Indien u bij eenzelfde patiŽnt meerdere afnames op verschillende tijdstippen heeft, gelieve dan datum + uur van afname eveneens op de stalen te vermelden.

Gelieve bij collecties de collectieduur te vermelden.

Aan laboratoria, die lichaamsvochten doorsturen vragen wij de aard van het staal te vermelden op het recipiŽnt (urine, lumbaalvocht, plasma, serum, …). Indien u niets vermeldt, nemen wij aan dat het de juiste afname voor de gevraagde analyse betreft.


BEWARING

Bloedafnames worden bij voorkeur op kamertemperatuur bewaard, maar mogen meestal ook in een koelbox of in een koelkast bij 2-8įC gestockeerd worden in afwachting van het onderzoek bijvoorbeeld als er ook microbiologie afnames gebeurd zijn bij de patiŽnt. Voor sommige analyses zoals kalium is afkoeling niet aangewezen. Bij een combinatie van verschillende optimale bewaaromstandigheden doet u de bewaring best in functie van de klinische prioriteit van de aangevraagde testen. Indien u op de praktijk over een centrifuge beschikt kan u het bloed afdraaien zodat er verder meestal geen probleem meer is wat betreft staalbewaring van bloed.

Microbiologie stalen worden bij voorkeur bewaard in een koelbox of in een koelkast bij 2-8įC. Een uitzondering hierop zijn bloedkweken die bij kamertemperatuur bewaard moeten worden en lumbaal vocht culturen die bij 37įC gestockeerd moeten worden in afwachting van het analyseren (of als dat niet mogelijk is bij kamertemperatuur).

Leg de stalen nooit bij een warmtebron (vb. op een radiator of in de zon)!

Diepgevroren stalen worden verzonden in speciale vriescontainers. Vermijd frequent invriezen en ontdooien, dit kan een foutief resultaat als gevolg hebben. Indien u meerdere analyses op hetzelfde ingevroren staal aanvraagt, gelieve dan per analyse een aliquot (fractie) in te vriezen.

PERMANENTE KWALITEITSBEWAKING

Met het oog op een permanente kwaliteitsbewaking blijven we er de nadruk op leggen dat een belangrijk gedeelte van de kwaliteit van het afgeleverde onderzoek mede bepaald wordt door de pre-analyse, m.a.w. het luik dat zich afspeelt vooraleer er in het laboratorium zelf aan de onderzoeken begonnen kan worden. U en uw patiŽnt kunnen immers in belangrijke mate bijdragen tot de kwaliteit van het staal. Dit begint bij het nauwgezet volgen van de afname-instructies en het correct bewaren van de stalen vooraleer de bode ze ophaalt.

Zeker in de zomermaanden is het belangrijk dat stalen voor microbiologie (uitgezonderd bloedkweek en lumbaal vocht cultuur) voldoende koel bewaard blijven zodat er geen ongecontroleerde groei van micro-organismen kan ontstaan waarna door overgroei een verkeerd beeld kan ontstaan van de initieel aanwezige bacteriŽle flora. Om die reden gebruiken de bodes koelboxen. Extreme temperaturen zijn ten allen tijde te vermijden voor Šlle stalen voor het labo!

Het laboratoriumteam streeft ernaar dat u en, waar nodig, de patiŽnt goed geÔnformeerd zijn over de staaltypes die het labo kan verwerken en wat de bewaarcondities zijn die optimaal nagestreefd worden. In dit kader verwijzen wij graag nog eens naar de bestaande documenten die we permanent aanbieden aan u als geregistreerde gebruiker op onze website onder de hoofding “LABO” in het vakje “afname-instructies”.

Tevens vragen we uw aandacht voor het belang van het vermelden van de nodige klinische informatie, zeker voor wat betreft microbiologie. Deze informatie oriŽnteert met name in belangrijke mate het onderzoek en het is daarom een belangrijk gegeven om tot goede interpretatie van de cultuurresultaten te komen. Leeftijd, geslacht en staaltype zijn essentieel om lege artis tot het onderzoek te kunnen overgaan. Daarnaast is het ook aangewezen de herkomst van de afname duidelijk te vermelden: vermeld WAT en WAAR (vb.: etter stuit, wonde Li-knie, decubitus hiel, mycose grote teen,…).

Samen met uw patiŽnt kan u zeker ook uw steentje bij dragen in het streven naar een optimale pre-analytische fase, ten einde het kwaliteitslabel van onze resultaten te kunnen waarborgen.

Hide details for INSTRUCTIES : BLOEDAFNAMEINSTRUCTIES : BLOEDAFNAME

PRE-ANALYTISCHE FASE

Een onjuiste patiŽntvoorbereiding of patiŽntidentificatie kan leiden tot foutieve resultaten en zo aanleiding geven tot verkeerde medische beslissingen. Er dient eveneens rekening te worden gehouden met een aantal (beÔnvloedbare en niet-beÔnvloedbare) biologische variabelen.

BIOLOGISCHE VARIABELEN

Tijdstip
Een aantal parameters (vb. ijzer, fosfaat, cortisol) vertoont een diurne variatie, dit is een schommeling binnen eenzelfde dag.

Houding
Om vergelijkbare resultaten te bekomen bij de patiŽnt, wordt het bloed bij voorkeur steeds in dezelfde houding genomen: de concentratie van intravasculaire grotere elementen (cellen, grotere eiwitten zoals albumine) kunnen 5% tot 15% lager zijn bij liggende patiŽnten in vergelijking met rechtopstaande patiŽnten. Bij zwangere patiŽnten kan dit verschil nog groter zijn.

Nuchter
Het niet nuchter zijn heeft vooral invloed op de bepaling van stoffen die uit de voeding als dusdanig geresorbeerd worden (glucose, triglyceriden, ...). De patiŽnt dient bijgevolg nuchter te zijn voor o.a. glucose- en insulinebepalingen. Overnacht vasten is de klassieke methode. Onder vasten wordt verstaan: niet eten en enkel water drinken na 18 uur de avond voordien.
Een lichte, vetarme maaltijd kan echter meestal geen kwaad voor de meeste routine analyses noch voor hun interpretatie.
Voor patiŽnten die totale parenterale voeding krijgen, is het wenselijk bloed af te nemen zo lang mogelijk na het stoppen van de voeding om zo dicht mogelijk een toestand van vasten te benaderen.

Fysische inspanning
Zware fysische inspanningen kunnen sterke verhogingen geven van creatine kinase (CK), lactaatdehydrogenase (LDH) en een lichte verhoging van het aantal witte bloedcellen.

VENEUZE BLOEDAFNAMETECHNIEK

Ontsmet uw handen met handalcohol vůůr en na het prikken van de patient.
Leg alle materiaal dat nodig is voor een bloedafname steeds binnen handbereik op voorhand klaar.

Draai de naald op de naaldhouder zonder de beschermkap te verwijderen. De beschermkap wordt juist voor de punctie verwijderd. Plaats de buis in de naaldhouder tot aan de merkstreep (de stop niet doordrukken zodat het vacuŁm behouden blijft).

Breng een stuwband ongeveer een handbreedte (Ī10cm) boven de punctieplaats aan. De elleboogplooi is de meest gebruikte, gemakkelijkste en minst pijnlijke punctieplaats.

De arm van de patiŽnt wordt strak naar beneden gehouden. Door inspectie en palpatie kan U zich een oordeel vormen over de ligging, het verloop en de aard van de vene. Door palpatie kan U dieper liggende, maar toch goed te puncteren venen beter lokaliseren.

Ontsmet de huid met een antisepticum (vb. alcohol 70%). Zodra de alcohol verdampt is (20 seconden), is de huid ontsmet.
In principe wordt een ontsmette huid niet meer aangeraakt.

Vervolgens wordt een punctie verricht.
Verwijder de beschermkap.
Hou de houder met naald vast door de wijsvinger tussen de basis van de naald en de arm van de patiŽnt te leggen; Als de patiŽnt beweegt, bewegen houder en naald ook mee en wordt voorkomen dat de naald van zijn plaats schuift.
Fixeer de ader en prik aan met de opening van de naald naar boven.
Het afnamebuisje wordt in de houder geschoven. Fixeer de naaldhouder stevig met de wijsvinger en middenvinger en duw met de duim het buisje in de houder (buisje doordrukken tot de naald door de stop van het buisje gaat).
Op het moment dat het bloed in het buisje stroomt, mag de stuwband losgemaakt worden indien mogelijk.
Het gevulde buisje wordt uit de houder genomen door tegendruk van de duim op de zijvleugels van de houder.



Meng alle buizen door minimaal 5 maal te kantelen (niet schudden!).

Nadat alle buizen gevuld zijn, en indien de stuwband nog niet los is, moet U deze eerst losmaken.

Trek naaldhouder met naald uit de vene en druk de punctieplaats goed af met een doekje. Druk zelf voldoende lang na, of laat de patiŽnt zelf lang genoeg duwen. Opgelet, het is niet omdat de huid niet meer bloedt dat de ader niet meer bloedt! Hematomen die ontstaan na de bloedafname zijn meestal te wijten aan te kort afdrukken van de punctieplaats.

Doe de naald onmiddellijk in een naaldcontainer.
Identificeer alle buizen (naam en voornaam en/of uw referentie)!
IDENTIFICATIE VAN STALEN IS NOODZAKELIJK EN VERPLICHT

BELANGRIJKE VARIABELEN TIJDENS DE BLOEDAFNAME

Stase (= stuwing)
Vermijd langdurige veneuze stase door de stuwband nooit langer dan 1 minuut aangesnoerd te laten. Als de stuwband langere tijd aangelegd is geweest om een goede punctieplaats uit te zoeken, dan moet hij vůůr de punctie 1 ŗ 2 minuten worden losgemaakt. Langdurige stase veroorzaakt hemoconcentratie waardoor hematocriet, celtelling en alle proteÔnegebonden stoffen foutief verhoogd kunnen zijn.

Bij gebruik van vacuŁmbuisjes moet de stuwband losgemaakt worden onmiddellijk na de eigenlijke venepunctie en na start van de bloedaanzuiging in het eerste afgenomen buisje. Het laten uitoefenen van spiercontracties is eveneens nadelig (niet ‘pompen’ met de hand).

Volgorde van de tubes
Neem steeds de buis voor het bepalen van stollingstesten (lichtblauwe stop) als eerste, gevolgd door de serumbuis (rode stop), en daarna de andere buisjes met anticoagulans (groene, paarse, grijze of donkerblauwe stop) en dit om contaminatie van anticoagulans van ťťn buis naar een andere te vermijden.

Indien enkel een citraatbuis moet afgenomen worden en het doel is een routine PT te meten (voor INR opvolging), dan mag deze onmiddellijk als eerste worden afgenomen (geen extra tube vooraf noodzakelijk). Indien enkel een citraatbuis moet afgenomen worden voor speciale testen (b.v. Factor VIII-dosage), dan moet eerst een andere citraatbuis gevuld worden die daarna wordt weggegooid.

Samengevat
1. Citraat (lichtblauw)
2. Serumbuis (rood)
3. Heparine (groen)
4. EDTA (paars)

5. NIPT (bruin+zwart)
6. Fluoride (grijs)

7. Oligo-elemententube (donkerblauw)

Indien een hemocultuurflesje afgenomen moet worden, dient dit steeds als eerste te worden afgenomen aangezien een steriele afname absoluut vereist is.

Vullen van de tubes
Bij gebruik van vacuŁmbuisjes vult het buisje zich voldoende met bloed door vacuŁmaanzuiging (= tot aan het streepje op het label).

Indien de serumbuis niet volledig gevuld werd, moet U het vacuŁm van de buis halen, ofwel door de stop even van de buis te halen en deze er terug op te plaatsen, ofwel door de stop even te doorprikken met een naald, zoniet gaan de rode bloedcellen lyseren door het resterende vacuŁm.

Indien een buis met anticoagulans (EDTA, fluoride, citraat,..) niet tot aan het streepje gevuld werd, dan is het afgenomen volume niet in verhouding met de hoeveelheid anticoagulans in het buisje. Dit is vooral belangrijk voor de citraatbuis (lichtblauwe stop): indien de verhouding volgens het labo niet werd gerespecteerd, wordt dit op het rapport vermeld en wordt het resultaat onder voorbehoud vermeld. Indien er een sterke wanverhouding is van bloed/anticoagulans kunnen de stollingstesten niet worden uitgevoerd.

Mengen van de tubes
Elke buis dient onmiddellijk na afname gemengd te worden door voorzichtig, minimaal 5 maal volledig om te zwenken.
NIET SCHUDDEN!

Hemolyse
Het belangrijkste gevolg van een slechte afnametechniek is hemolyse. Lyse van de rode bloedcellen, met vrijkomen van de inhoud in het serum/plasma kan verhoogde waarden veroorzaken van fosfaat, kalium, AST (SGOT), LDH, NSE, ijzer, ijzerbinding, bilirubine, ALT (SGPT). Bij hemolyse kunnen verlaagde waarden worden gezien bij gamma-GT.

BEWARING EN TRANSPORT

Bewaar gevulde bloedtubes in afwachting van het transport bij voorkeur bij kamertemperatuur, omdat de afwijkingen bij deze temperatuur het geringst zijn. Leg de stalen nooit bij een warmtebron (vb. radiator).

Serum (stolbuis of buis met rood-gele stop)
De meeste testen blijven 24 uur stabiel bij kamertemperatuur en tot ťťn week na afscheiding van de cellen bij bewaring bij 2įC tot 8 įC.

Indien het volbloed langer dan 24 uur moet staan, is het dus te verkiezen het serum te scheiden van de bloedklonter en het serum te verzenden. Laat hiertoe de serumbuis (rood-gele stop) eerst ongeveer 30 tot 45 minuten bij kamertemperatuur staan om een goed gecontraheerde bloedklonter te bekomen. Indien een centrifuge beschikbaar is, de serumbuizen centrifugeren gedurende tien minuten aan 1500 g (wat bij de meeste centrifuges overeenstemt met 3000 tot 4000 t/m) of langer bij lagere snelheid. De siliconenpasta (aanwezig in de buizen met rood-gele stop) zorgt ervoor dat serum en cellen van elkaar gescheiden worden.

Wanneer de tijdspanne tussen bloedafname en scheiding van serum en rode bloedcellen te lang is, krijgt men vooral verhoogde waarden voor Kalium (K), lactaatdehydrogenase (LDH), aspartaataminotransferase (AST (SGOT)) en fosfaat.

EDTA-bloed (buis met paarse stop)
Hematologische testen blijven minimaal 24 uur stabiel bij kamertemperatuur en bepaalde parameters tot ťťn week bij bewaring bij 2įC tot 8įC (hemoglobine, telling rode en witte bloedcellen, bloedplaatjes); de bloedgroepbepaling minimaal 5 dagen bij bewaring bij 2įC tot 8įC. Een directe antiglobulinetest (Coombs) wordt best zo vlug mogelijk uitgevoerd. De sedimentatiesnelheid van rode bloedcellen dient binnen de 6 uur na afname te worden uitgevoerd.

Citraat-bloed (buis met lichtblauwe stop)
De stollingstesten worden uitgevoerd op citraatplasma, dat best bewaard wordt bij kamertemperatuur.
De routine stollingstesten (APTT, PT, fibrinogeen) worden best binnen de 24 uur bepaald.
Voor de andere specialere hemostasetesten is de bewaartermijn over het algemeen korter (ProteÔne C, factor VIII, IX, ...). Indien deze hemostasetesten niet binnen korte tijd na de afname kunnen uitgevoerd worden, dient het buisje gecentrifugeerd te worden gedurende tien minuten aan 1500 g (wat bij de meeste centrifuges overeenstemt met 3000 tot 4000 t/m). Het plasma wordt overgebracht in een ander buisje (1 buisje met minimaal 300ml per test) en ingevroren bewaard.

Fluoride-bloed (glucosebuis of buis met grijze stop)
Glucose is 8 uur stabiel bij kamertemperatuur en 48 uur bij 2įC tot 8įC. Het is 7 dagen stabiel na onmiddellijke afscheiding van de cellen.

Heparine-bloed (buis met groene stop)
Voor de bewaarmogelijkheden: zie specifieke testen.
Algemeen kan gesteld worden, dat solventen bvb benzeen of dichloormethaan minimaal 2 dagen stabiel blijven bij een bewaring van het staal bij 2įC tot 8įC alvorens het wordt opgehaald door het laboratorium. Tijdens de bewaring worden de tubes best rechtopstaand geplaatst om mogelijke interferenties door contact met de rubberen stop te vermijden.

Bloed voor de analyse van Oligoelementen (buis met donkerblauwe stop, speciaal gereinigd, bevat EDTA):
Voor de bewaarmogelijkheden: zie specifieke testen.
Algemeen kan gesteld worden, dat metalen minimaal 3 dagen stabiel blijven bij een bewaring van het staal bij 2įC tot 8įC alvorens het wordt opgehaald door het laboratorium.
Hide details for INSTRUCTIES: URINEINSTRUCTIES: URINE

PORTIE

Voor bacteriologisch onderzoek is mid-stream urine vereist (zie instructie microbiologie). Uitzondering is de opsporing van Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae en Trichomonas vaginalis met behulp van PCR: dit gebeurt op een First Voided Urine (FVU, eerstestraalsurine).

Enkel indien grote volumes (>15ml) vereist zijn, wordt het volume bij de individuele analyses vermeld. Voor de bepaling van metalen op urine dient U een speciale container met witte schroefdop te gebruiken en voor deze analyses is een volume van 50ml wenselijk.

Algemeen kan gesteld worden, dat metalen minimaal 3 dagen stabiel blijven bij een bewaring van het staal bij 2įC tot 8įC alvorens het wordt opgehaald door het laboratorium.

Algemeen kan gesteld worden, dat solventen bvb benzeen of dichloormethaan minimaal 2 dagen stabiel blijven bij een bewaring van het staal bij 2įC tot 8įC alvorens het wordt opgehaald door het laboratorium. Tracht het urinepotje zo volledig mogelijk te vullen en kleef een sticker met de vermelding:”Solventen in urine” over het deksel.

24 UURS URINECOLLECTIE

De meeste chemische ontledingen in urine moeten op een 24-uurs collectie worden uitgevoerd, voornamelijk omdat de excretie van de meeste urineconstituenten een dagritme vertoont.

Gedurende de urinecollectie wordt de patiŽnt verzocht minder te drinken en geen alcoholische dranken te gebruiken.

- Laat de patiŽnt de blaas volledig ledigen in het toilet vb. urinelozing om 8u00 (de eerste urinelozing wordt dus niet gebruikt!).
- Noteer dit tijdstip.
- Alle urine gedurende de volgende 24 uur verzamelen (ook tijdens de nacht)
- De laatste portie urine wordt de volgende dag verzameld op hetzelfde tijdstip waarop de collectie begon: in het voorbeeld de laatste urine stipt om 8 uur de volgende morgen, 24 uur na het begin.
- Tenzij anders aangegeven de urine bewaren bij 4įC, ook tijdens de collectie.

Indien de patiŽnt per ongeluk urine verliest of niet in de fles brengt, moet hij de volgende dag opnieuw beginnen, liever dan een onvolledige collectie af te leveren.

Indien een clearance wordt aangevraagd, neemt U het bloedstaal tijdens de collectieperiode (liefst middenin). Kortere collecties kunnen soms nuttig zijn (vb. catecholaminen, kreatinineclearance, amylaseclearance). Vermeld dan de collectieduur!

De bepaling van de hoeveelheid kreatinine uitgescheiden per 24 uur kan nuttig zijn als controle op de volledigheid van de urinecollectie.

Doorzendende laboratoria kunnen het 24-uurs volume meten, de gecollecteerde urine goed mengen en een portie van 50ml bewaren bij 4įC. Vermeld dan wel het volledige volume en de duur van de collectie!

Er zijn geen speciale containers voor 24-uurs urine voor metalen beschikbaar. Men dient dus noodgedwongen de gewone containers te gebruiken. Een 24-uurs urine voor metalen is trouwens ongewoon. Dit heeft voor zover bekend enkel nut bij detoxificatie na een overmaat aan metalen omdat men dan exact wil kunnen berekenen hoeveel metaal er over een periode van 24 uur uit het lichaam werd verwijderd.

24 UURS URINECOLLECTIE AANGEZUURD

Voor de bepaling van catecholaminen en derivaten (metanefrinen, normetanefrinen, VMA, 5-HIAA) is het aanzuren van de urine noodzakelijk.
Gelieve hiervoor de urine op te vangen in een niet doorschijnende fles, die 150ml H2SO4 2N bevat. Bewaar bij 2įC tot 8įC.
Doorzendende laboratoria kunnen het 24 uurs volume meten, de gecollecteerde urine goed mengen en een portie van 50ml bewaren bij 2įC tot 8įC. Vermeld dan wel het volledige volume en de duur van de collectie! De zuurtegraad (pH) moet op het einde van de collectie kleiner dan 3 zijn!

URINE OPVANGZAKJE

De urine bij kleine kinderen kan worden opgevangen door middel van een urine-opvangzakje:
- Urine kan best na de voeding worden opgevangen.
- Het opvangzakje bij voorkeur aanbrengen na het nemen van een bad (vulva of penis goed reinigen).
- De kleefrand van het opvangzakje zo opplakken dat de urethra in de opening van het zakje uitmondt; bij jongetjes blijft het zakje het beste zitten als ook het scrotum door de opening van het opvangzakje wordt gebracht (veroorzaak geen druknecrose!)
- Er moet regelmatig worden gekeken of er al urine in het zakje zit. Het zakje mag niet langer dan 1 uur blijven zitten (anders opnieuw reinigen en een nieuw zakje opplakken).
- Als er voldoende urine is opgevangen, het zakje verwijderen en urine overbrengen in een urinepotje.

INTERFERENTIE & HOUDBAARHEID

Urinestalen geanalyseerd in het kader van arbeidsgeneeskunde:

Interferenties:
Deze zijn moeilijk voorspelbaar en staalafhankelijk (met welke produkten is de persoon gewild of ongewild in aanraking gekomen).
Voor alle chromatografische technieken worden de chromatograms per staal beoordeeld op mogelijke interferenties. Indien dit zo is wordt dit expliciet vermeld op het rapport.

Houdbaarheid:
Deze is moeilijk voorspelbaar en staalafhankelijk.
Voor de meeste analyses kan aangenomen worden dat een resultaat bekomen tot zes weken bewaring in het donker en op koelkasttemperatuur nog een klinisch relevant resultaat zal opleveren.

Urinestalen toxicologie

Houdbaarheid:
Voor de toxicologische analyses kan aangenomen worden dat een resultaat bekomen tot zes weken bewaring in het donker en op koelkasttemperatuur nog een klinisch relevant resultaat zal opleveren.
Hide details for INSTRUCTIES: MICROBIOLOGIEINSTRUCTIES: MICROBIOLOGIE

Algemene opmerking: doe de afname steeds vooraleer een antimicrobiŽle behandeling in te stellen.

De afgenomen materialen worden bewaard bij 4įC behalve hemokulturen en lumbaalvocht die onmiddellijk naar het labo dienen te worden gebracht. De hemokulturen worden bewaard bij kamertemperatuur.

In onderstaande beschrijving worden diverse afname-swabs en materialen vernoemd. Onderaan deze instructies vindt U gemakshalve een gedetailleerde beschrijving van deze materialen met hun gebruik en bewaring.
Wanneer in de afname-instructies een bepaald materiaal onderlijnd wordt kan men door erop te klikken rechtstreeks de gedetailleerde gebruiksaanwijzing ervan lezen.

FAECES

Verse faeces wordt verstuurd in een zuiver (maar niet noodzakelijk steriel) goed sluitend plastiek potje voorzien van een lepeltje.
De hoeveelheid van het monster moet minstens een tiental gram bedragen, vooral indien ook een parasitologisch onderzoek gevraagd wordt.



Het afnemen van stoelgang op een anale wisser (rectal swab-FecalSwab Copan) wordt soms aangewend bij zuigelingen (parasitologisch onderzoek is dan niet mogelijk). Het verdient echter de voorkeur bij zuigelingen de faeces met het lepeltje uit de luier te lepelen. Gelieve niet op de luier te krabben met het lepeltje.
Het monster moet zo vlug mogelijk op het labo toekomen. In afwachting wordt het staal bewaard bij 4įC.

Instructies:
- Meng geen urine met stoelgang. Indien nodig wordt de blaas leeggeplast vooraleer men de stoelgang gaat opvangen.
- Voor het opvangen van stoelgang kan men gebruik maken van faeces opvangpapier (Fe-Col - Faeces Collection Device) (zie figuur hieronder)
- De stoelgang wordt geproduceerd op het opvangpapier.
- Breng met de lepel van het potje of een houten stokje stoelgang over in het faecespotje. Kies hiervoor indien mogelijk bij voorkeur staal uit een zone die bloederig, waterig of slijmerig uitzicht heeft. OVERVUL HET POTJE NIET.
- Zorg ervoor dat er geen stoelgangresten aan de buitenkant van het potje blijven hangen. Sluit het potje zorgvuldig af.
- De resterende stoelgang wordt doorgespoeld in het toilet of via een andere hygiŽnisch verantwoorde methode verwijderd.
- Noteer naam en voornaam van de patient op het potje alsook datum van staalname. Zelfklevende etiketten hiervoor zijn op het labo verkrijgbaar.
- Plaats het staal in een plastieken zakje en sluit af.
- Was de handen zorgvuldig met warm water en zeep.
- Bezorg het staal zo spoedig mogelijk aan het laboratorium.



URINE

Een bacteriologisch urineonderzoek dient te gebeuren op verse urine.
Bij het opvangen moet men bijbesmetting tot het minimum beperken. Het eenvoudigst gebeurt dit door de patiŽnt een bad te laten nemen waarbij de genitaliŽn goed ingezeept worden met een licht antiseptische zeep, goed nagespoeld en afgedroogd met een propere handdoek. Men laat de patiŽnt dan urineren en vangt het midden van de urinestraal op in een steriel recipiŽnt met wijde opening. Onmiddellijk goed sluiten. Op deze wijze bekomt U een mid-stream urinestaal, dat noch de eerste noch de laatste portie urine bevat.
Voor gewoon bacteriologisch onderzoek volstaat 15 ml.
Is ook een onderzoek op tuberkelbacillen (Mycobacteria–TBC) gewenst, dan is een urinemonster van 50 ml(= goed gevuld potje) wenselijk.
Het is aangewezen dat de urine binnen 2 uur op het labo toekomt. Wanneer het staal bij 4įC wordt bewaard, mag het tijdsinterval tot 12 uur bedragen.
Het is belangrijk de staalname uit te voeren voor de start van antibiotica therapie. Tijdens de therapie bekomt men immers een sediment met een beeld van pyurie samen met een negatieve cultuur ('steriele pyurie'). Vermeld derhalve steeds bij de klinische gegevens indien er reeds een therapie werd gestart.

Voor moleculaire opsporing (PCR) van Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae, Trichomonas vaginalis: zie genitale afnames.

ETTER + PUNCTIEVLOEISTOFFEN

Vermeld steeds de herkomst van het materiaal (oor, wondvocht, pleuravocht, gewrichtsvocht,..). De vermelding 'etter' is onvoldoende voor de oriŽntatie en de interpretatie van het onderzoek.
Voor microscopisch en chemisch onderzoek zijn speciale afnamen nodig: zie alfabetische lijst van de analyses.

Bij het afnemen van de etter moet men bijbesmetting door kiemen van de huid, slijmvliezen of omgeving tot een minimum herleiden. Voor gesloten abcessen, die met naald en spuit kunnen geaspireerd worden, moet de huid eerst worden ontsmet.

Opgelet: transporteer NOOIT materiaal voor kweek in een spuit met naald. Transport met naald erbij is ZEER ONVEILIG omwille van het risico op een prikongeval en de spuit op zich vormt een extra risico omdat de kans bestaat dat er tijdens het transport infectieus materiaal uit lekt wat een risico vormt voor personeel en omgeving.
Daarom is het steeds te verkiezen geaspireerd materiaal over te brengen naar een anaeroob transportmedium (type bloedkweekfles) of indien dit niet beschikbaar een aliquot (indien mogelijk 5 ml) over te brengen in het transportmedium van eswab . Als alternatief kan men eventueel de spuit afsluiten met een speciaal kapje maar dit beperkt enkel het risico op prikongeval en niet op potentiele blootstelling aan infectieus materiaal.

Bij open abcessen kan men de etter aan de fistelopening opvangen. Een lichte bijbesmetting met huidkiemen zal het onderzoek naar de pathogene kiemen niet hinderen.
Indien mogelijk brengt men een voldoende hoeveelheid etter in een steriele buis of een steriel plastiek potje. Enkel indien er te weinig etter is (vb. bij wondetter) mag deze afgenomen worden op een steriele wisser voorzien van een transportmedium(E-swab).

Voor het opsporen van de tuberkelbacillen wordt bij voorkeur het vocht bezorgd. Indien dit niet mogelijk is dient men een extra wisser af te nemen.
Etters verdacht van actinomycose worden best op het labo zelf afgenomen. Men tracht door drukken enkele druppels etter uit de fistel te doen vloeien, of etter te bekomen door punctie van het abces. De typische zwavelkorrels worden opgespoord en moeten rechtstreeks microscopisch worden onderzocht.

De verzending dient zo snel mogelijk te geschieden. In afwachting van de verzending dient het monster bewaard te worden bij 4įC.

NEUS EN KEEL

De afname gebeurt door middel van een steriele wisser (E-swab of E-swab nasopharynx), die onder goede belichting en met gebruik van een tongspatel krachtig over de ontstoken gedeelten van het slijmvlies gewreven wordt. Contaminatie door tong- en wangslijmvlies dient vermeden.
De keelwissers zijn onderaan voorzien van transportmedium waarin de wisser na de afname dient geplaatst te worden. terechtkomt. Het monster dient zo vlug mogelijk verstuurd en in afwachting van het onderzoek bewaard bij 4įC.




NASOPHARYNGEALE AFNAME

De afname gebeurt door middel van een steriele wisser (E-swab nasopharynx).

Nasopharyngeale swabs worden voornamelijk gebruikt voor diagnose van RSV bij zeer jonge kinderen.

Onderstaande figuur illustreert de afnameprocedure.




Zie tevens: http://www.copanusa.com/education/videos-collection/

MRSA-SCREENING

Screening op MRSA dient te gebeuren conform de afgesproken procedures van de instelling.

Maak een duidelijk onderscheid tussen een screening op de aanwezigheid van MRSA (neus, keel, pernineum, lies…) alleen (aan te kruisen onder hoofding MRSA) en een gewone kweek met extra aandacht voor MRSA indien S. aureus wordt geisoleerd.
Dit laatste kan bv handelen over een doorligwonde waar men toch wil aantonen/uitsluiten dat ze geÔnfecteerd werd, en zo ja of het al dan niet om een MRSA gaat. Hier stelt men de vraag “MRSA?” bij de klinische gegevens en kruist men etterkweek met herkomst doorligwonde aan.
De laboratoriumbenadering van beide situaties is verschillend.

Voor de afname van MRSA maakt men gebruik van E-swab.

In bijlage vind U documentatie over mogelijke strategieŽn in rustoorden.

Download hier de afnamerichtlijnen.

Zie ook Richtlijnen ter preventie van overdracht van methicilline resistente Staphylococcus Aureus(MRSA) in woon- en zorgcentra.

HEMOKULTUUR

Indicaties:

- Hyperthermie >38,5įC
- Hypothermie <36,5įC
- Rillingen (onregelmatige beven gepaard met een koudegevoel, wat kan wijzen op een bacteriŽle release)

Bij iedere hemocultuurafname dient men 1 BacT/Alert FA Plus (groene stop) EN 1 BacT/Alert FN Plus (oranje stop) fles te enten.



Het afnemen van bloed voor hemocultuur dient te geschieden met in acht name van volgende punten:

- Tijdstip: steeds voor het toedienen van antibiotica. Het beste ogenblik is in het begin van de koortsopstoot (rillingen, het oplopen van de temperatuur). Het is aan te bevelen herhaalde hemoculturen af te nemen op verschillende tijdstippen. Bij vermoeden van endocarditis of intermittente bacterimie neemt men bij voorkeur 4 stalen gespreid over een tweetal dagen.
Het minimale tijdsinterval tussen afnames bedraagt 30 minuten. Er is geen maximaal tijdsinterval.
- Hoeveelheid: hoe meer bloed men kweekt, des te groter de kans is op een positieve cultuur. We stellen 10 ml voor per afname. De flessen mogen NOOIT geopend worden. Het maximale volume per afnamefles bedraagt evenwel 10 ml.

Een kleiner volume dan 10 ml zorgt dan weer voor een verminderde analytische gevoeligheid m.a.w. verhoogt de kans op vals-negatieve kweken.
- Staalname dient aseptisch te gebeuren. De plaats waar men prikt wordt zorgvuldig gereinigd en ontsmet omdat contaminatie door huidkiemen absoluut moet vermeden worden. Indien mogelijk draagt U steriele operatiehandschoenen.

Praktisch:

De flessen worden tot vervaldatum bewaard tussen 2-25įC.
Gebruik voor de staalname nooit flessen die mogelijk sporen van contaminatie vertonen (troebele vloeistof, verkleuring, gasvorming, bezinksel, geel verkleurde sensor op de bodem van de fles...)

- Breng de flessen voor gebruik op kamertemperatuur
- Verwijder de beschermdop van de flessen
- Desinfecteer de stop met alcoholswab of iodium-oplossing en
laat opdrogen
- De huid dient eerst gereinigd en wordt vervolgens gedurende 1 minuut ingewreven te worden met alcohol 70% of met Hibitane 0,5% in alcohol 70%. Punctieplaats niet meer palperen na het ontsmetten.
- Verzamel het bloed met een spuit (10 ml) of breng bloed via een catheter (tubing) rechtstreeks in de fles.

Bij gebruik van een catheter/tubing dient men zorgvuldig te controleren dat het bloed van de patiŽnt naar de fles toe vloeit. Indien dit niet het geval is dient de bloedname onmiddellijk gestopt.

De volgorde waarin men de flessen vult is belangrijk om foutieve resultaten te vermijden.
Bij afname met spuit vult men EERST de anaerobe BacT/Alert FN Plus fles, bij afname met catheter/tubing EERST de aerobe BacT/Alert FA Plus fles.


- Vul de fles met bloed tot de eerstvolgende 10 ml gradatielijn die gedrukt is op het label van de flessen.
- Ontsmet opnieuw de stop.
- Meng voorzichtig het bloed met de vloeibare bodem in de fles.

Volgende lichaamsvochten kunnen onderzocht (vereiste min. volume in ml voor aeroob/anaeroob):
- amnionvocht (1,0/-)
- CAPD (1,0/1,0)
- CSF (0,1/0,1)
- peritoneaal vocht (1,0/0,3)
- pleuravocht (0,5/0,2)
- synoviaal vocht (0,5/0,2)

Bewaring na staalname:

Het staal dient zo spoedig mogelijk aan het laboratorium bezorgd te worden, optimaal binnen 2 uur na afname.
In afwachting worden de flessen bij kamertemperatuur bewaard (NIET in de koelkast of incubatie bij 35-37įC).

Voor pediatrische patiŽnten zijn speciale flessen (BacT/ALERT PF Plus) met een kleiner volume beschikbaar (4 ml), enkel voor aerobe bloedkweek.



Hogervermelde info blijft geldig maar het maximale volume bloed bedraagt hier slechts 4 ml.

Voor beide afnamesets zijn infofiches beschikbaar.

LUMBAALVOCHT

Lumbaalvocht (cerebrospinaal vocht, CSV) wordt afgenomen door lumbaalpunctie of ventrikelpunctie. Strikte asepsis is noodzakelijk om het risico van bijbesmetting van het staal met huidbacteriŽn te vermijden.
Het monster dient onmiddellijk naar het labo te worden gebracht. Gelieve vooraf te verwittigen. In afwachting van verzending bewaren bij 37įC (op kamertemperatuur indien dit niet mogelijk is).

SPUTUM

Het spontaan opgehoest sputum wordt rechtstreeks opgevangen in een steriel plastiek bekertje met wijde opening. Men moet de patiŽnt duidelijk instrueren dat er geen speeksel gevraagd wordt, maar fluimen die uit de diepte worden opgehoest. Best is ochtendsputum na mondspoeling met koud water.
Het monster dient zo vlug mogelijk verstuurd en in afwachting van het onderzoek bij 4įC bewaard.
Spontaan opgehoest sputum is steeds vermengd met keelslijm of speeksel en dus bijbesmet met normale flora. Het afzonderen uit sputum van bacteriŽn die kunnen behoren tot de normale keelflora moet dus zeer behoedzaam geÔnterpreteerd worden.

Als vuistregel kan men stellen dat materiaal niet representatief is wanneer er meer epitheelcellen dan ettercellen worden aangetoond in de gramkleuring.

GENITALE AFNAMES

Genitale afnames bij de vrouw:



Steek een speculum zodat de baarmoederhals goed bereikbaar is.

- Trichomonas is een beweeglijke parasiet die in een vers preparaat best op het spreekuur zelf microscopisch dient te worden opgespoord. Rechtstreeks onderzoek uitgaande van een wisser met transportbodem heeft een lage gevoeligheid

De referentiemethode voor het opsporen van Trichomonas vaginalis is actueel een moleculair methode (DNA-techniek-PCR). Voor deze methode is een afname met Multi-Collect wisser vereist.

- rechtstreeks onderzoek (vooral voor Neisseria, Mobiluncus, Gardnerella, Candida) wordt uitgevoerd vanaf het vloeibare transportmedium. Extra afnamewisser is niet vereist.

- voor de cultuur (van o.a. Candida, Streptococcus agalactiae, Neisseria gonorrhoeae..) neemt U 1 wisser met transportmedium (eSwab)

- kultuur van Mycoplasma hominis en/of Ureaplasma urealyticum kan uitgevoerd vanaf hetzelfde materiaal (eSwab) zodat niet langer een extra wisser/afname vereist is.

- voor de moleculaire opsporing van Neisseria gonorrhoeae en Chlamydia trachomatis & Trichomonas vaginalis gebruikt U een DNA-wisser (Abbott Multi-collect Specimen Collection Kit). Als alternatief (iets minder gevoelig) kan men gebruik maken van First Voided Urine (FVU).

- voor cultuur van Herpes simplex (HSV) neemt U 1 wisser voor viruskweek af

Men neemt best vocht uit een gesloten blaasje dat men heeft aangeprikt met een naald. Een minder goed alternatief is
schraapsel van de bodem van een vers geopend blaasje.
Belangrijk is dat er GEEN gebruik wordt gemaakt van huidontsmetting met alcohol want dit verlaagt aanzienlijk de
hoeveelheid infectieuze partikels (zie verder).
Schraapsel van de bodem van een oud letsel geeft veel minder goede resultaten.

Een goede monstername is essentieel voor een optimale detectie van HSV.
De afname dient te gebeuren vanuit een klinisch letsel. Men dient er voor te zorgen dat het materiaal zoveel mogelijk
infectieuse partikels bevat. Gebruik van crÍmes, zalven, lotions, ijs, alcohol, isobetadine, zink of een recent genomen
zit/ligbad reduceert significant de virale lading. Indien mogelijk dienen dergelijke middelen vermeden worden of minstens
aan de arts gesignaleerd bij de afname.

Een afname met DNA wisser (Abbott Multi-collect Specimen Collection Kit) is eveneens geschikt.

Genitale afnames bij de man:

De afnames zijn zeer analoog met deze bij de vrouw. De afname gebeurt met een fijne eSwab (oranje stop).

- rechtstreeks onderzoek (vooral voor Neisseria) wordt uitgevoerd vanaf het vloeibare transportmedium. Extra afnamewisser is niet vereist.

- voor de kultuur (van o.a. Candida, Neisseria gonorrhoeae..) neemt U 1 wisser met transportmedium (eSwab)

- kultuur van Mycoplasma hominis en/of Ureaplasma urealyticum kan uitgevoerd vanaf hetzelfde materiaal (eSwab) zodat niet langer een extra wisser/afname vereist is.

- voor de moleculaire opsporing van Neisseria gonorrhoeae en Chlamydia trachomatis gebruikt U een DNA-wisser (Abbott Multi-collect Specimen Collection Kit). Als alternatief (iets minder gevoelig) kan men gebruik maken van First Voided Urine (FVU).

- voor kultuur van Herpes simplex: zie afname bij de vrouw.

VIROLOGIE ALGEMEEN

Virusisolatie

Neem de stalen zo vroeg mogelijk in de acute fase af, rekening houdend met bekende excretietijden van elk virus die variŽren van enkele dagen zoals bij influenzavirussen tot enkele weken zoals bij infectie door enterovirussen of zelfs maanden tot jaren zoals bij congenitale infecties door Rubella- of Cytomegalovirus. Combineer zoveel mogelijk virusisolatie met virale serologie.
Meestal is het gebruik van een virus transportmedium noodzakelijk, behalve voor faeces, lumbaalvocht en urine.
Wissers beladen met secreet moeten altijd in dit transportmedium afgebroken en opgestuurd worden.
Het verdient aanbeveling de stalen zo snel mogelijk naar het labo te brengen om meer kans op succesvolle isolatie te hebben (dus indien mogelijk geen afname 's avonds of in het weekend). In afwachting van het transport worden de stalen het best bewaard bij 4įC.

Neem bij huid- of slijmvliesletsels best vocht op een steriele wisser uit een gesloten blaasje dat men heeft aangeprikt met een naald. Een minder goed alternatief is schraapsel van de bodem van een vers geopend blaasje. Schraapsel van de bodem van een oud letsel geeft veel minder goede resultaten.

Specifieke DNA diagnostiek

Op respiratoire afnames kan op een panel respiratoire pathogenen getest worden. Bij voorker wordt gebruik gemaakt van een DNA-wisser (MultiCollect Abbottģ).
Dit panel omvat actueel adenovirus, Bocavirus, Bordetella pertussis, Chlamydia pneumoniae, Coronavirus, Humaan Metapneumovirus, Influenza A/B, Legionella pneumophila, Mycoplasma pneumoniae, Parainfluenza virus, Rhinovirus en RSV A/B.
Individuele testen zijn mogelijk op volgende pathogenen: Influenza, Bordetella pertussis, Chlamydia pneumoniae en Mycoplasma pneumoniae.

VERSCHILLENDE SOORTEN AFNAMEMATERIAAL

1. eSwab

Productcode:

Copan 480 CE (ROZE STOP)

Beschrijving:

Flocked swab met 1ml vloeibaar AMIES transportmedium.






Gebruik voor afname en transport van:

- aerobe, anaerobe kiemen, moeilijk groeiende kiemen
- antigeendetectie (Influenza A + B, RSV, Adenovirus respir., Streptococcus pyogenes Ag)
- Mycoplasma hominis, Ureaplasma urealyticum

Bewaring voor gebruik:

In afwachting van gebruik dient dit materiaal in de originele verpakking bewaard bij 5-25įC.
Dit materiaal mag niet verwarmd, ingevroren of geÔncubeerd worden voor gebruik.
Materiaal te gebruiken tot de vervaldatum vermeld op de verpakking.

Gebruiksaanwijzing:

Een juiste afname is extreem belangrijk voor een succesvolle isolatie en identificatie van ziekteverwekkers.
Volg daarom zorgvuldig de procedures voor afname.

Tijdens de afname en de behandeling mag de zone tussen de gekleurde lijn en het nylon swabgedeelte niet aangeraakt worden met de handen





1. Open de verpakking



2. Doe de afname bij de patient



3. Verwijder op steriele wijze de schroefdop



4. Breng de swab in de tube en breek de schacht ter hoogte van de breuklijn (herkenbaar aan de gekleurde lijn). Verwijder het resterend stukje van de schacht.



5. Plaats de schroefdop op steriele wijze terug en sluit zorgvuldig.



6. Noteer de patient identificatie en staalherkomst op de tube.

Bewaring na monstername:

Het materiaal dient zo spoedig mogelijk aan het laboratorium bezorgd te worden, optimaal binnen 2 uur na afname.
Afname voor kweek kan het bewaard worden tot 48 uur na afname, hetzij in de koelkast (4-8įC), hetzij bij kamertemperatuur (20-25įC).

Uitzondering: kweek van Neisseria gonorrhoeae dient binnen 24 uur na afname ingezet.

Voor antigeentesten kan het materiaal bewaard worden gedurende 5 dagen bij kamertemperatuur (20-25įC), 7 dagen in koelkast (4-8įC) en 6 maanden in diepvries (-20įC).

2. Urethrale - nasofaryngeale afnames

Productcode:

Copan 483 CE (ORANJE STOP)



Beschrijving:

Flocked swab met 1ml vloeibaar AMIES transportmedium.
Deze verpakking bevat een flocked swab met een gedeeltelijk dunne schacht.

Is geschikt voor urethraal secreet bij mannen en ook voor kweek uit moeilijk toegankelijke lokaties zoals bv neus bij zuigeling.
Hoofdindicatie is afname voor RSV antigeen uit nasopharynx van zuigelingen.

Gebruik voor afname en transport van:

- aerobe, anaerobe kiemen, moeilijk groeiende kiemen
- antigeendetectie (Influenza A + B, RSV, Adenovirus respir., Streptococcus pyogenes Ag)
- Mycoplasma hominis, Ureaplasma urealyticum

Bewaring voor gebruik:

In afwachting van gebruik dient dit materiaal in de originele verpakking bewaard bij 5-25įC.
Dit materiaal mag niet verwarmd, ingevroren of geincubeerd worden voor gebruik.
Materiaal te gebruiken tot de vervaldatum vermeld op de verpakking.

3. PCR wisser

Productcode:

Multi-Collect Specimen Collection Kit (Abbottģ)

Beschrijving:

Het systeem bestaat uit een plastieken peertje, een transporttube (met oranje stop) alsook apart verpakt een steriele afnameswab.



Gebruik voor afname en transport via moleculaire diagnostiek (PCR) van:

- Chlamydia trachomatis
- Neisseria gonorrhoeae
- Trichomonas vaginalis
- Andere pathogenen

Bewaring voor gebruik:

In afwachting van gebruik dient dit materiaal in de originele verpakking bewaard bij 15-30įC.
Materiaal te gebruiken tot de vervaldatum vermeld op de verpakking.

Afname-instructies:

- Cervicale afname
Verwijder mucus van de exocervix met een dikke swab (niet voorzien in de set) die vervolgens weggegooid wordt.
Breng vervolgens de steriele swab in het endocervicaal kanaal tot de tip onzichtbaar is.
Draai 3 tot 5 seconden. Verwijder de wisser waarbij contact met vaginale wanden wordt vermeden.

- Urethrale afname
Vermijd urineren minstens 1 uur voor de afname.
Breng de dunne swab 2-4cm in de urethra.
Draai 3-5 seconden. Verwijder de wisser.

- Afname op andere locaties
Wrijf met de steriele swab over de te onderzoeken locatie ( keel, anus, oog, …).

Bewaring en transport:

Breng de aldus afgenomen swab onmiddellijk in het transportmedium.
Breek de swab af en LAAT DE SWAB IN HET TRANSPORTMEDIUM ZITTEN.
Sluit de tube af, vermeld naam patiŽnt op het etiket.
Bewaar gedurende max. 14 dagen bij 2-30įC.
Vermeld de afnamelocatie duidelijk op het aanvraagformulier.

4. PCR Urinepotje

Beschrijving:

Een steriel urinepotje met een etiket waarop het gebruik vermeld is. Bij ontvangst wordt aangenomen dat hierin “First Voided Urine” wordt bezorgd.


Gebruik voor afname en transport voor moleculaire diagnostiek (PCR) van:

- Chlamydia trachomatis
- Neisseria gonorrhoeae
- Trichomonas vaginalis
- Andere pathogenen

Deze afname kan de Multi-Collect wisser vervangen voor opsporen van GENITALE infecties door C. trachomatis en/of N. gonorrhoeae (zeer goede correlatie met swab).

Voor infecties aan de ogen dient obligaat een Multi-Collect wisser gebruikt en is er geen correlatie met urine.

Afname-instructies:

Het onderzoek vergt gebruik van “First Voided Urine”.
De patient dient minstens 1 ŗ 2 uur niet geplast te hebben. Vervolgens verzamelt men in het potje het eerste deel van de urine (eerste 15-20ml)

Deze afname is NIET geschikt voor routine bacteriologisch onderzoek van urine omwille van de (gewenste) aanwezige contaminatie.

Bewaring en transport:

Sluit het potje goed af, vermeld naam patiŽnt op het etiket.
Bewaar de urine in de koelkast (max 4 dagen).

5. PCR op urine (alternatief)

Voor de moleculaire opsporing van Chlamydia trachomatis, Neisseria gonorrhoeae, Trichomonas vaginalis en andere pathogenen in urine kan ook gebruik gemaakt worden van: Multi-Collect Specimen Collection Kit van Abbott.

Dit systeem kan gebruikt worden bij langdurige bewaring (>4 dagen) voorafgaand aan transport of analyse.

Beschrijving:

Het systeem bestaat uit een plastieken peertje, een transporttube (met oranje stop) alsook apart verpakt een steriele afnameswab.



Afname-instructies:

Vermijd urineren minstens 2 uur voor de afname.
Collecteer de EERSTE 15-20ml urine in een steriel plastieken potje = FIRST-VOIDED URINE (FVU).

Bewaring en transport:

Sluit het potje goed af, vermeld naam patiŽnt op het etiket.
Bewaar de urine in de koelkast (max 4 dagen). Indien mogelijk (niet verplicht).
Breng urine met behulp van het plastieken peertje over in de transporttube (met oranje stop) totdat het vloeistofniveau zichtbaar is in het “kadertje” op de tube.
Sluit de tube af, vermeld naam patiŽnt op het etiket.
Bewaar gedurende max. 14 dagen bij 2-30įC.
Hide details for INSTRUCTIES: ANATOMOPATHOLOGIEINSTRUCTIES: ANATOMOPATHOLOGIE

Onmisbaar voor een vlotte afwerking van het ingezonden materiaal zijn het exact identificeren van de weefselrecipiŽnten, van de vloeistofcontainers of van de uitstrijkpreparaten met patiŽntnaam, voornaam en herkomst van het materiaal.
Verder zijn ook volgende items van belang:
- het vermelden van de volledige identificatie van de patiŽnt op het aanvraagformulier;
- het nauwkeurig en het volledig invullen van de klinische gegevens, aangevuld met eventueel specifieke vragen;
- de vermelding van vorige staalnames van dezelfde patiŽnt om een nieuw onderzoek te doen kaderen in een specifieke ziektegeschiedenis.
Aanvraagformulieren voor Pathologie zijn op het labo te verkrijgen. Indien gewenst zijn discipline-specifieke formulieren beschikbaar (algemeen, dermatologie, gynaecologie).

‘Tijdelijke bewaring’ zonder fixatie kan, maar een snel transport naar het laboratorium is in dat geval aangewezen. Verse stalen kunnen, na contact met het laboratorium (24u op voorhand), opgehaald worden op droogijs. Onmiddellijke fixatie wordt altijd aangeraden, indien er aanvullende diagnostische tests worden voorzien, zoals bijvoorbeeld immunohistochemie of in situ hybridisatie.

WEEFSEL VOOR STANDAARD HISTOLOGISCH ONDERZOEK

Voor routine onderzoek is een doorlooptijd (TAT) voorzien van 5 werkdagen. Voor onderzoeken met hoogdringendheid overlegt u met de Patholoog Anatoom. Vermeld duidelijk zichtbaar “dringend” op het aanvraagformulier. U bekomt resultaat binnen gemiddeld 24 uur na ontvangst in het labo. In geval van aanvullende onderzoeken (bijv. immunohistochemie, consult e.d.) zal u eerst een voorlopig protocol ontvangen. Na vervolledigen van het onderzoek ontvangt u een definitief protocol.

Tang-en zuigbiopsie, naaldbiopsie, snijbiopsie:
Worden onmiddellijk na afname gefixeerd in 10% formol. Standaard, voorgevulde recipiŽnten zijn beschikbaar via het labo.
Operatiestukken:
Zo spoedig mogelijk transporteren naar het labo, niet fixeren, tijdelijk bij 4įC bewaren.
Indien dit niet binnen de 24 uur mogelijk is, het weefsel onmiddellijk na afname fixeren in 10% formol. Het volume dient minstens gelijk te zijn aan dit van het te fixeren weefsel.

LICHAAMSVOCHTEN VOOR CYTOLOGISCH ONDERZOEK

Pleura- en ascitesvocht:
Worden na afname onmiddellijk naar het labo gebracht, eventueel tijdelijk bewaard bij 4įC.
Bronchusaspiraat:
Wordt onmiddellijk in AFA-Fixator opgevangen, dit om cytolyse door contaminerende bacteriŽn tegen te gaan.
Bewaar bij kamertemperatuur.
Urine:
Wordt opgevangen in een gelijk volume Cytorich blue.
Bewaar bij kamertemperatuur.
Sputum:
Wellicht is het nuttig de patiŽnt duidelijk te maken dat enkel secreties opgehoest uit de luchtpijpen dienen opgevangen te worden en niet het speeksel aanwezig in de mond of het slijm uit neus en pharynx.
Best is ochtendsputum na mondspoeling met koud water.
PatiŽnt krijgt een recipiŽnt ter zijner beschikking en het sputum wordt hierin rechtstreeks opgevangen.

WEEFSEL VOOR IMMUNOFLUORESCENTIE (IF) EN GENHERSCHIKKING ONDERZOEK

Dit niet-routine onderzoek heeft een doorlooptijd van 7-10 dagen. Voorafgaand contact met de Patholoog Anatoom is wenselijk. Het weefsel wordt na afname droog in een recipiŽnt gesloten en onmiddellijk ingevroren in vloeibare stikstof. Daarna zo snel mogelijk verzenden op droogijs in een speciale vriescontainer.
Vriescontainers met droogijs zijn gratis beschikbaar via het labo. Dit dient aan het laboratorium 24u op voorhand aangevraagd te worden. Vermeld op de aanvraag duidelijk dat het materiaal voor IF onderzoek bestemd is. Deze onderzoeken worden uitgevoerd in een extern laboratorium.
Hide details for INSTRUCTIES: CERVIXCYTOLOGIEINSTRUCTIES: CERVIXCYTOLOGIE

Afname-instructies kan u hier terugvinden.
Hide details for AFKORTINGEN VAN DE AFNAMEMODALITEITENAFKORTINGEN VAN DE AFNAMEMODALITEITEN

De afnamen worden als afkorting op het aanvraagformulier vermeld zoals hieronder weergegeven:

SSerumRood-bruine stop
EEDTAPaarse stop
GGlucoseGrijze stop
CCitraatLichtblauwe stop
HHeparineGroene stop
OOligo-elementenDonkerblauwe stop
S*Serum diepgevroren
Bloed laten stollen, onmiddellijk centrifugeren, serum afnemen, in andere buis overbrengen en in verschillende buisjes (1 per test) invriezen. Ingevroren vervoeren.
E*EDTA-plasma diepgevroren
EDTA bloed onmiddellijk centrifugeren, plasma afnemen, in andere buis overbrengen en in verschillende buisjes (1 per test) invriezen. Ingevroren vervoeren.
C*Citraat-plasma diepgevroren
Citraatbloed onmiddellijk centrifugeren, het plasma afnemen en in verschillende buisjes (1 per test) invriezen. Ingevroren vervoeren.
HV* (HD*)Heparine-volbloed diepgevroren
HCHomocysteÔne
UUrine-portieRode stop
U2424-uurs urine
U24zAangezuurde 24-uurs urine(=24-uurs urine + 150ml H2SO4 2N)
UmUrine portie in potje voor onderzoek op zware metalenWitte stop
FFaecesGele stop
F24Faeces 24-uurs collectie
eSWe-Swab
WWisser
UTMUniversal Transport Medium
DNAwDNA-wisser
SPUSputum
SEMSemen
PVPleuravocht
GVGewrichtsvocht
LVLumbaal vocht
LBCLiquid Based Cytology
ORGOrgaan
CYTCytologie

Hide details for VOLGORDE BIJ DE BLOEDAFNAMEVOLGORDE BIJ DE BLOEDAFNAME

Prik de nodige buizen in volgende volgorde: eerst hemokultuur, dan citraat, dan serumbuis en de andere buizen als laatste.
Vergeet niet alle buizen te mengen, uitgezonderd de serumbuis.
Hide details for ANALYSES DIE EEN SPECIFIEKE BEWERKING VEREISENANALYSES DIE EEN SPECIFIEKE BEWERKING VEREISEN

ACTH (Adrenocorticotroop hormoon)EDTA-plasma onmiddellijk diepvriezen.
AldosteronSerum diepvriezen indien niet binnen de 24 uur bezorgd aan het laboratorium.
Alfa-2-antiplasmineCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
AmmoniakEDTA-buis goed laten vullen (minimaal luchtcontact). EDTA-plasma onmiddellijk diepvriezen.
Antidiuretisch hormoonStaal in ijsgekoelde EDTA-tube afnemen en onmiddellijk centrifugeren (bij voorkeur bij 4įC). Minimum 2ml EDTA-plasma onmiddellijk invriezen.
C1 inhibitorCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
CalcitonineSerum onmiddellijk diepvriezen.
Catecholaminen in bloedHeparinebloed binnen het uur na afname centrifugeren en plasma invriezen.
Circulerend anticoagulansCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
Complementfactoren (CH50)Serum binnen de 2 uur van de cellen scheiden. (C1, C3 & C4)
Complement C3dEDTA-plasma onmiddellijk diepvriezen.
CryoglobulinesSerum na afname en stolling centrifugeren bij 37įC en scheiden.
Dopamine in bloedHeparinebloed binnen het uur na afname centrifugeren en plasma invriezen.
Factor VIII antistoffenCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
FibronectineCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
GastrinePatiŽnt moet voor afname minstens 10 uur vasten. Serum onmiddellijk diepvriezen.
CreatineSerum of urine diepvriezen indien niet binnen de 24uur bezorgd aan het laboratorium.
Lupus anticoagulansCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
Melkzuur (Lactaat)Vermijd stuwing. Bloedstalen dienen afgenomen te worden van een stasis-vrije vene. Een minimale hemostase (minder dan 30 seconden) heeft geen invloed op de melkzuur-spiegels.Vermijd indien mogelijk het gebruik van een afknelband.

Lactaat wordt afgenomen op een glucosebuis (fluoride-oxalaat als anticoagulans).
Neem bloed af en meng het staal goed.
Binnen de 15 minuten na afname centrifugeren gedurende 10 minuten bij 3000 rpm.
Het plasma overbrengen in een plastieken buisje.
Plasma invriezen.
Parathormoon (intact)Nuchtere staalname. Serum onmiddellijk diepvriezen.
Plasma renine activiteitEDTA-plasma onmiddellijk diepvriezen.
PlasminogeenCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
ProteÔne CCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
ProteÔne SCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
Ristocetine co-factorCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
Serotonine in plasmaAfname van bloedplaatjesrijk EDTA-plasma: Draai een EDTA-buis af bij laag toerental (150g) gedurende 20 minuten, indien mogelijk bij 4įC. Bepaal het aantal bloedplaatjes op het plasma. Vries het plasma onmiddellijk in, in een plastieken buis. Noteer het plaatjesaantal op deze buis en op het aanvraagformulier. Staal diepgevroren verzenden.
Somatomedine CSerum onmiddellijk diepvriezen.
StollingsfactorenCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen. 0,5ml per factor en 1 aliquot per factor.
Verworven anticoagulansCitraatplasma onmiddellijk diepvriezen.
Vitamine B1,B2,B6EDTA volbloed bij voorkeur afnemen in een plastiek tube. Na afname het volledige bloed diepvriezen.
Vitamine C1,0ml serum of plasma wordt onmiddellijk bij 1,5ml ijskoud metafosforzuur 3% gevoegd. Meng zorgvuldig. Laat 20 minuten staan bij 4įC. Vervolgens invriezen en aldus vervoeren.